Volg ons via LinkedIn of Twitter

Bring Your Own Device - Innovatie, meer dan de som der delen

Medewerkers, leerlingen en studenten brengen hun eigen smartphone, BlackBerry, iPad, laptop of misschien zelfs een gameconsole van PlayStation II mee naar school. Om er mee te werken en te leren! Het idee roept vragen op bij de een terwijl een ander enthousiast wordt over de mogelijkheden. Sommige scholen bereiden zich actief voor of gaan er gewoon mee aan de slag, andere scholen proberen het actief buiten de deur te houden. De wereld verandert en mensen veranderen mee. Scholen krijgen er hoe dan ook mee te maken. In een aantal blogberichten vanuit het SURFnet/Kennisnet Innovatieprogramma wordt een schoolleider, Niek gevolgd in zijn zoektocht naar antwoorden op de vele vragen die het thema oproept. Vandaag deel 3: ‘Innovatie: meer dan de som der delen’.

Innovaties ontstaan vaak pas als een aantal elementen samen komen. Een aardig voorbeeld verhaalt over de eerste auto die van Schotland naar Londen reed. De eigenaar moest paard en wagen met brandstof vooruit sturen om Londen te kunnen halen. Auto’s konden pas iets gaan betekenen voor een grotere mobiliteit toen er eenmaal een ondersteunende infrastructuur van wegen, benzinestations en garages was gevormd. 

Ontwikkelingen in de mobiele technologie, zoals eerder al werd beschreven, heeft tot aanzienlijke veranderingen geleid in de manier waarop jongeren omgaan met informatie en communicatie. Dat biedt veel mogelijkheden voor het onderwijs, als wordt voldaan aan aantal randvoorwaarden. 

Vier-in-balans-plus maakt duidelijk dat de invoering van ict alleen maar kan lukken als een aantal aspecten in samenhang wordt aangepakt. Een visie formuleren is één, de consequenties verder uitwerken is een ander verhaal. De ‘plus’ heeft daarbij alles te maken met de manier waarop de verandering wordt vormgegeven. Leiderschap, zorgen voor draagvlak, voorzien in randvoorwaarden. 

Niek heeft met zijn werkgroep een memo gemaakt om iedereen te informeren over de resultaten tot nu toe. Er werd nog een discussie gevoerd of het een memo op papier moest worden, gezien het onderwerp. Henk kapte die discussie af met de opmerking dat het communicatiekanaal moest aansluiten bij de actuele situatie en niet (alleen) bij de gewenste situatie: nog niet alle collega’s maken gebruik van ict!

In het memo staat de kern van de visie verwoordt:

  • Gebruik maken van de mogelijkheden die ict biedt om waar het kan de kwaliteit van het leren te verbeteren. 
  • Aansluiten bij de leefwereld van een leerling en het verbinden van het leren binnen en buiten de school met willekeurig welk apparaat: ‘Bring Your Own Device’. 
  • Niet voorop lopen met allerlei innovaties, samenwerken met scholen die dat wel doen.

Ook wordt in het memo toegelicht dat er voorlopig nog niet echt sprake is van Bring Your Own Device maar van een tussen in de weg daar naar toe. 

De werkgroep gaat aan de slag om alle randvoorwaarden in kaart te brengen. Dat blijken er toch wel wat meer te zijn dan verwacht. Niek bespreekt de belangrijkste punten met zijn werkgroep.

Professionalisering
Lang niet alle docenten zijn volledig toegerust om met alle mogelijkheden van ict en verschillende apparaten om te gaan. Vanuit een strategie van faciliteren, inspireren en verleiden wil Niek aantal docenten ervaring laten opdoen met een apparaten die door school worden aangeschaft. Die docenten gaan in het volgend schooljaar ook experimenteren in een aantal klassen. Vanuit hun ervaring kunnen zij collega’s ondersteunen bij het gebruik. Niek wil vervolgens een leernetwerk vormen met alle collega’s met een goede moderator, die vragen kan helpen expliciteren en toewijzen aan bepaalde experts. 

Verder worden natuurlijk workshops maar ook inspiratiesessies georganiseerd. Laat leerlingen nou maar eens zien hoe zij hun apparaten gebruiken om te werken aan opdrachten vanuit school! 

En als we een personeelsuitstapje maken, waarom dan niet naar De Verdieping bij Kennisnet?

Voor de lange termijn gaat het om vooral om het sturen op de ict-competentie van de teams en de school als geheel. Ict als thema bij functioneringsgesprekken en bij sollicitaties. Maar ook rekening houden met variatie: Niet elke docent hoeft even competent te zijn!

Draadloos netwerk
De school beschikt nog maar mondjesmaat over accesspoints voor draadloos internet. Hier zit de belangrijkste bottleneck: om te kunnen werken met diverse apparaten is een draadloos netwerk onontbeerlijk. Daarbij moet er een goed bereik en een behoorlijke bandbreedte zijn. Ict-coördinator Henk geeft aan: “In een paar lokalen is nu draadloos beschikbaar voor het werken met laptops. We zijn er toen van uit gegaan dat er een paar laptops tegelijkertijd gebruikt zouden worden. Straks gaat het niet om één apparaat op een paar leerlingen, er zullen leerlingen zijn die een mobieltje én een iPad gebruiken. Wanneer er meerdere gebruikers zijn op één accesspoint, gaat de capaciteit en daarmee de snelheid van de verbinding hard naar beneden. Een uitbreiding van de draadloze internetcapaciteit kost op korte termijn veel geld, daar zal een investeringsplan voor gemaakt moeten worden om in de komende jaren te komen tot een gestage uitbreiding. Ik heb bedragen horen noemen van € 25.000 - € 50.000 voor een gebouw, afhankelijk van de bouwmaterialen en de vorm van het gebouw. Je kunt dat laten doormeten. Voor de korte termijn moeten we iets anders bedenken! In elk geval lijkt me een stapsgewijze invoering op zijn plaats!”

Tijdens de discussie wordt een aantal opties genoemd om voorlopig met de beperkte capaciteit uit de voeten te kunnen:

  • Afspraken maken over internetgebruik zolang er sprake is van een beperkte bandbreedte. 
  • Slim omgaan met de inzet. Bijvoorbeeld flipping the classroom! Vooraf werken leerlingen leerstof door met opgenomen lesfragmenten op YouTube. Tijdens de les zelf wordt er gewerkt aan een verdieping van de leerstof. Of groepjes laten samenwerken met één device (Sugata Mitra) heeft daar aanbevelingen voor gedaan).
  • Onderscheid maken tussen gebruik van devices waar internet voor nodig is (communiceren, samenwerken over de grenzen van de school heen) en waar je (tijdelijk) zonder internet kunt: verwerken van lesmateriaal op de devices zelf. 

Henk vult nog wat aan: “Bedenk dat docenten een ander gebruik van ict maken dan leerlingen. Denk aan het invoeren cijfers, presentatieregistratie of gespreksverslagen. Dat vraagt extra beveiliging!

We kunnen overigens wel zorgen voor twee aparte wifi-netwerken via dezelfde accesspoints: een goed beveiligde voor docenten en een openbare voor leerlingen. We kunnen het zo inregelen, dat docenten voorrang krijgen als de capaciteit te beperkt dreigt te worden omdat er teveel gebruikers tegelijkertijd naar internet gaan.”

Beveiliging
“Beveiliging?” vraagt Marieke, “Hebben we iets te verbergen dan? Nou ja, we willen natuurlijk niet dat leerlingen bij de cijfers kunnen, maar verder?” 

Henk kijkt haar een beetje verbaasd aan. “Stel, dat je je telefoon verliest. Of dat je iPad wordt gejat. Volgens mij wil jij niet dat iemand bij jouw emails kan of zelfs vanuit jouw emailadres mailtjes gaat versturen, toch? Ik denk bovendien dat we met zijn allen niet willen dat gegevens van leerlingen op straat komen te liggen. Denk eens aan zorg¬leerlingen. Er zijn leerlingen met veel problemen thuis, die op een geheim adres wonen, ik kan zo wel even doorgaan. Via zo’n mobiel apparaat kan een ‘eerlijke vinder’ makkelijk bij alle gegevens als er weinig of geen veiligheidsmaatregelen zijn getroffen.

Bedenk verder dat  beveiliging zo sterk is als de zwakste schakel: de mensen die er mee werken! Wachtwoorden op een geeltje op een computerscherm. Veel devices kun je zo instellen, dat je er niet eens een wachtwoord voor nodig hebt om ze te kunnen gebruiken. Wel zo handig, vooral als je zo’n ding verliest! Ik heb laatst een filmpje gezien wat er kan gebeuren als jij je smartphone verliest.

Er moet dus nagedacht worden over beveiliging, met name van de apparaten die docenten gebruiken. Zaken als een ‘remote wipe’ bijvoorbeeld. Maar ook heel goede afspraken over wachtwoordgebruik.” 

“En dan nog wat”, zegt Henk. “Bring Your Own Device valt of staat ook zo’n beetje met het werken in ‘the cloud’, oftewel: al je applicaties en bestanden staan ergens op het web. Dat heeft ook nog wel wat consequenties, onder andere voor de privacy. Ik heb een checklist gevonden die daarover ging. Of het helemaal past weet ik niet, maar het is niet verkeerd er eens goed naar te kijken.”  

Welke zaken moeten we nog uitzoeken rondom het gebruik van die apparaten?

Met ingang van volgend schooljaar wil de school in een paar klassen gaan experimenteren met het gebruik van mobiele apparaten als voorbereiding op een breder gebruik later. 

Vanuit het idee om eerst ervaring op te doen met een beperkt aantal docenten ligt het voor de hand om voor die pilot een aantal apparaten aan te schaffen die door de leerlingen tijdens bepaalde lesuren gebruikt kunnen worden. Dat zie je ook terug bij veel scholen, die er nu al mee experimenteren We zullen daarvoor ruimte moeten zoeken in de bijdrage voor de leermiddelen. 

Voor de fase daarna, als meer docenten er mee aan de slag gaan, duikt toch wel een aantal vragen op. Elke vraag roept wel weer nieuwe vragen op. Niek stuurt de discussie door de vragen vanuit twee scenario’s te benaderen:

Eerste scenario: de school schaft de apparaten aan:

  • Waar betalen we dat van? 
  • Schaffen we zo’n apparaat aan per leerling of schaffen we er een aantal aan die voor bepaalde lessen door de docent gereserveerd kunnen worden? 
  • Mogen leerlingen de apparaten mee naar huis nemen?
  • Mogen leerlingen alsnog een eigen apparaat meebrengen? 

Tweede scenario: de leerlingen nemen hun eigen apparaat mee of schaffen zelf zo’n apparaat aan

  • Mogen we zo’n aanschaf verplichten?
  • Hoe gaan we om met leerlingen die zo’n ding niet kunnen of willen aanschaffen?
  • Gaan we dan voor standaard apparaten (iedereen hetzelfde) of laten we dat vrij?
  • Bring Your Own Device betekent in de praktijk ook: bring your own app. Hoe gaan we om met die diversiteit?
  • Als we het type device vrij laten: niet alle apparaten zijn even geschikt voor het educatief gebruik: kleine schermpjes en dergelijke.
  • Weten mensen wel wat voor apparaat ze willen of welke apparaten ze het beste kunnen aanschaffen? 
  • Bieden we de gebruikers ondersteuning of moet iedereen het apparaat zelf beheren?
  • Als we het beheer bij de gebruikers zelf laten, wat doen we dan als een apparaat kapot gaat en de leerling daardoor niet verder kan? Die sturen we toch niet naar huis?

Ook dit keer wordt weer afgesproken dat eenieder op zoek gaat naar antwoorden op de vragen…

Wat begon als een incident begint de vorm aan te nemen van een innovatief project. Stap voor stap, weliswaar, het belangrijkste is, dat er daadwerkelijk stappen worden gezet. 

Niet alles kan meteen worden opgelost. Zo is het volgens de huidige regels lastig om leerlingen te verplichten een laptops of tablet aan te schaffen. PO- en VO-scholen moeten nu eenmaal voorzien in de benodigde leermiddelen. Een school die een ouderbijdrage verplicht stelde voor de aanschaf van laptops is teruggefloten door de Onderwijsinspectie. Die heeft voor alle duidelijkheid een aantal regels over ouderbijdragen op een rijtje gezet. Dat vraagt dus om creatieve oplossingen of goede afspraken. 

Scholen die aan een dergelijk project starten, beginnen ook een leertraject over wat werkt en wat niet. Dat leerproces moet goed begeleid worden!

Verder hebben veel van de vragen betrekking op de organisatie rond het gebruik van devices. Voor laptops in het MBO is daar al een boek en later nog een aanvulling over uitgebracht door Kennisnet. Voor BYOD is dat er nog niet.

Op dit moment zijn allerlei ontwikkelingen gaande die maken dat scholen eigenlijk zoeken naar tijdelijke oplossingen als tussenstap op weg naar Bring Your Own Device. Een paar voorbeelden.

  • Het voorschrijven van standaardapparaten met standaardprogramma’s moet er vooral voor zorgen dat iedereen met dezelfde programma’s kan werken. 
  • Er zijn ingewikkelde technieken (virtualisatie) die het mogelijk maken om programma’s op willekeurig welk apparaat te laten draaien. Dan hoef je de apparaten al niet meer te standaardiseren. Momenteel wordt er hard gewerkt aan een nieuwe versie van de internettaal HTML (HTML5) die het mogelijk maakt om programma’s te laten draaien onder alle browsers op alle besturingssystemen en dus op alle apparaten. Dan is ook virtualisatie niet meer nodig.
  • Smartphones hebben eigenlijk een te klein scherm om geschikt te zijn voor alle leermogelijkheden. Inmiddels zijn mobieltjes op de markt, die in een 'docking station' geschoven kunnen worden. Dat lijkt op een lege laptop. Je stopt je mobieltje erin en je hebt een laptop met groot scherm en toetsenbord. 

Innovatie is echter een proces van lange adem, van stappen voorwaarts en weer een tijdje stilstaan. Met een goede aanpak biedt ict ongelooflijk veel mogelijkheden om het onderwijs leuker, slimmer en effectiever te maken. Juist door in een vroeg stadium van onderwijsontwikkeling, dus al op de tekentafel van opleidingen, curricula of methoden rekening te houden met die mogelijkheden, kan ict een echte drager wordt van onderwijs dat aansluit bij de informatiesamenleving en kenniseconomie.

Hoe vond je dit artikel?

  • Nee
  • Reacties

    Gravatar van Germien Kamphorst
    Germien Kamphorst
    Het Ichthus College in Kampen is vorig jaar gestart met een laptop voor alle leerlingen van klas 1. De school heeft een contract met de ouder gesloten dat de leerling gedurende zijn schoolloopbaan een laptop mee neemt. Wij bieden voor drie jaar een laptop aan waaraan de school ongeveer de helft mee betaalt. Hierbij is een uitgebreide garantie en verzekering afgesloten. Voor ouders die niet draagkrachtig genoeg zijn, hebben we een leenlaptop of een betalingsregeling. We betalen het schooldeel vanuit de leermiddelen én vanuit de afbouw van vaste pc's. Het aanschaffen van een goed draadloosnetwerk is een vereiste. Hierop moet je niet bezuinigen! We zijn vorig jaar gewoon begonnen en gunnen onszelf het leren door te doen. Na een half jaar klas 1 vonden de docenten die ook in klas 2 lesgeven, het maar lastig dat deze klassen geen laptop hadden. Leerlingen vinden het logisch op een laptop hun werk te doen. Docenten gaan steeds meer ontdekken wat de voordelen zijn. Het kost docenten veel tijd om ervaring op te doen en nieuwe didactiek eigen te maken. Leren kost energie! En we zijn met elkaar enorm aan het leren op het Ichthus College! De winst is: meer mogelijkheden voor maatwerk en gemotiveerde leerlingen.
    Jouw reactie
    1. CAPTCHA afbeelding om SPAM tegen te gaan
      Als u het woord niet kunt lezen, klik hier.
      *
      Tip: voor het toevoegen van een persoonlijke afbeelding bij je reactie, zie Gravatar.com

    Geef hier aan waarop u het dossier wilt filteren.

    Onderwijssector
    Rol/functie
    Invalshoek
    Filter dit dossier