Bring Your Own Device - Substitutie, transitie of transformatie?
Medewerkers, leerlingen en studenten brengen hun eigen smartphone, BlackBerry, iPad, laptop of misschien zelfs een gameconsole van PlayStation II mee naar school. Om er mee te werken en te leren! Het idee roept vragen op bij de een terwijl een ander enthousiast wordt over de mogelijkheden. Sommige scholen bereiden zich actief voor of gaan er gewoon mee aan de slag, andere scholen proberen het actief buiten de deur te houden. De wereld verandert en mensen veranderen mee. Scholen krijgen er hoe dan ook mee te maken. In een aantal blogberichten vanuit het Surfnet/Kennisnet Innovatieprogramma wordt een schoolleider, Niek gevolgd in zijn zoektocht naar antwoorden op de vele vragen die het thema oproept. Vandaag deel 4 en slot: ‘Substitutie, transitie of transformatie?’.

Van het onderwijs wordt gezegd dat het traag is met het implementeren van de mogelijkheden van ict in het onderwijs. De vier-in-balans-monitor laat zien dat er wel vooruitgang wordt geboekt en dat inmiddels een goed fundament is gelegd om leren en onderwijzen effectiever en efficiënter te maken met ict. Mogelijkheden om onderwijsverbetering te bereiken, blijven echter liggen.
Onderwijs verbeteren met ICT kan op verschillende manieren. Een bekende indeling is die van Seth Itzkan uit 1995: substitutie, transitie en transformatie. Vier-in-balans spreekt van ‘versterken’, ‘uitbreiden’ en ‘vernieuwen’ van onderwijs met ICT (zie H 9.1).
Over het algemeen wordt wat denigrerend gesproken over substitutie (‘oude wijn in nieuwe zakken’). Het is nog maar de vraag of dat terecht is. Er is wel meer mogelijk en waarschijnlijk zelfs meer nodig. Is ‘Bring Your Own Device’ één van de sleutels om dat te bewerkstelligen?
We schrijven januari 2017. In de Tweede Kamer wordt uitgebreid gediscussieerd over een voorstel tot verplichte invoering van tablet-pc’s in het onderwijs. Voor- en nadelen worden tegen elkaar afgewogen, thema’s als onderwijsvrijheid en privacy worden besproken. Ook de rol van de overheid komt voorbij: ‘de overheid gaat over het wat, de scholen over het hoe’, mogen de scholen leerlingen verplichten zo’n apparaat mee te brengen of moet de overheid dat financieren zoals dat indertijd ook met schoolboeken in het VO is gebeurt?
In de reeks Onderwijsportretten dit keer het verhaal van een school, die vijf jaar geleden het roer omgooide. In gesprek met Niek, inmiddels ruim 10 jaar schoolleider en indertijd initiatiefnemer van de nieuwe koers.
De Tweede Kamer discussieert nu al een hele tijd over tablet-pc’s. Wat vindt u van die discussie?
Ik heb daar een beetje een dubbel gevoel bij. Enerzijds ben ik blij dat die discussie wordt gevoerd. Op die manier wordt duidelijk gemaakt dat je er als school niet bent met wat technische en organisatorische maatregelen. Van de andere kant hoop ik niet dat de Tweede Kamer straks met allerlei maatregelen komt, een verplicht gebruik van die tablets of zo, dat levert weer een hoop gedoe op.
Gedoe?
Ja natuurlijk. Stel dat er een verplichting komt om die tablets in het onderwijs in te gaan zetten, of zelfs dat er een regeling komt, dat alle leerlingen zo’n tablet ter beschikking krijgen. Kijk, waar het echt om gaat, is de kwaliteit van het onderwijs. Als je als school nadenkt over een visie op welke manier mobieltjes en tablets een bijdrage kunnen leveren aan beter onderwijs ontstaat er een proces waarbij je als school zelf gaat leren. Wat past bij ons en wat niet, wat werkt en wat werkt niet (en ook: wat werkt nog niet)? Je kunt ook een visie hebben waarbij je misschien wel helemaal geen gebruik wilt maken van die dingen. Als het verplicht wordt, moet er vervolgens weer van alles aangetoond worden, dat je ze hebt, dat je ze gebruikt én dat het iets oplevert. Dat is gedoe en bovendien, daarmee doorkruis je het leerproces van de school. Dit alles nog los van het feit, dat ontwikkelingen zo snel gaan, dat de maatregel alweer snel achterhaald kan zijn. Als overheid moet je dit soort dingen niet willen regelen.
Even een voorbeeld ter vergelijking: Stel je voor dat er een paar jaar geleden zoiets als een verplichting was gekomen voor scholen om een minimumaantal digiborden te hebben of dat er een regeling was gekomen dat alle scholen een aantal van die dingen hadden kunnen aanschaffen. Het mooie van zo’n digibord is de interactiviteit: je vinger werkt als muis. Toen eenmaal iPads hun intrede deden kwamen er ook programma’s die het mogelijk maakten om het scherm van elke iPad in de klas te projecteren op een scherm. Ineens had elke leerling een eigen digibord voor zich liggen en kon de docent voor in de klas bepalen, wiens scherm werd geprojecteerd. De meerwaarde van zo’n digibord was in korte tijd achterhaald! Daar was bij de aanschaf van de digiborden niet aan gedacht.
Deze school is al veel eerder begonnen met eigen devices. Hoe is dat indertijd op deze school gestart?
Dat is een leuk verhaal, in feite werden we ingehaald door de ontwikkelingen.
Maar sindsdien is het van een leien dakje gegaan?
Dat is een beetje kort door de bocht. We hebben onze portie problemen wel gehad al hoeven we daar niet al te dramatisch over te doen. We hebben er vooraf rekening mee gehouden dat het niet altijd makkelijk zou gaan en dat ook verwerkt in onze aanpak. Wat we hebben willen voorkomen is dat er gedacht werd vanuit belemmeringen. In het begin kregen we vaak te horen "Het kan niet want ...". Dat hebben we steeds omgedraaid: "Wat kan er met wat we nu hebben of kunnen kopen, met wat we nu weten? Dus goed kijken naar wat er nu kan, en wat er nodig is op termijn. Daar kun je op plannen. Een beperkt draadloos netwerk? Dan beginnen we met de plekken waar we wel over wifi beschikken en breiden het netwerk dat steeds verder uit. Lang niet alle docenten zijn vaardig? We faciliteren enkele voorlopers maar nemen deskundigheidsbevordering op in het opleidingsplan. Onvoldoende lesmateriaal? Dat blijkt nogal mee te vallen als je je daar eens in verdiept. We hebben steeds gekeken naar wat wenselijk en wat haalbaar was en geprobeerd daar een brug tussen te slaan.
Inmiddels zijn veel scholen al over op Bring Your Own Device, iedereen brengt gewoon zijn eigen apparaat mee. Jullie zijn er destijds toe over gegaan zelf een device aan te schaffen waar leerlingen dan gebruik van kunnen maken. Dan spreek je in feite niet meer over BYOD.
Ja, die discussie speelde toen. Ik wil daar een paar dingen over kwijt. Op de eerste plaats gaat het om de kwaliteit van het onderwijs, dat heb ik al eerder opgemerkt. Vanuit dat uitgangspunt was het wat mij betreft slechts een organisatorisch uitgangspunt of leerlingen het zelf meebrachten of dat de school er in voorzag. Het aanschaffen van tablets was bovendien een tijdelijke maatregel. We konden er gewoon op wachten totdat iedereen een device had dat krachtig genoeg was om in het onderwijs te gebruiken. We hebben destijds in 2012 een visie gevormd van onze school over 5 jaar en daarin een aantal scenario's voor onszelf geschetst. We zagen onszelf over 5 jaar als een school die constant op zoek is naar verbetering van het onderwijs waarbij we proactief inspelen op de mogelijkheden die ict biedt. Voor de korte termijn hebben we toen besloten eerst te starten met het centraal aanbieden van devices vanuit de school. Als school mochten (en mogen) we een aanschaf niet verplichten. Wat wel mocht, was ouders een keus bieden. We zijn in 2012 begonnen met een pilot met een tabletklas. Ouders hadden toen een keus: wil je je kind in die klas hebben, dan moet je kind een tablet meebrengen.
En zodra het opportuun was zijn we BYOD gaan stimuleren. Dit is sinds enkele jaren in de bovenbouw actief beleid. Het is dus aardig gelukt om onze visie van 2012 te realiseren, we zitten aardig rechtsboven in het model van destijds, ict is integraal onderdeel van onze onderwijsvisie, we spelen proactief in op ontwikkelingen in ict en stimuleren het gebruik van eigen devices die leerlingen meebrengen.
Een deel van de discussie in de Tweede Kamer gaat over innovatie van het onderwijs dat door het gebruik van eigen apparaten wordt bevorderd. Laat ik even advocaat van de duivel spelen: het onderwijs verandert toch niet zomaar door een boek te vervangen door een tablet of laptop? Wat is nu dat innovatieve?
Ook dat is een oude discussie: substitutie, transitie en transformatie. Substitutie wordt wel aangeduid als oude wijn in nieuwe zakken, je hebt een nieuwe tool maar het onderwijs verandert er niet door. Je leest geen boek maar een tekst op een tablet, je gebruikt geen schoolbord maar een digibord. Dat er dan helemaal niets verandert, is gewoon niet waar. Daar werd een hele tijd geleden al over geschreven. Ik kan hele mooie voorbeelden geven van substituties met deze apparaten die het onderwijs misschien niet wezenlijk veranderd hebben maar die toch voor een verbetering hebben gezorgd. De geschiedenisleraar laat leerlingen al heel lang tijdlijnen maken. Doordat hij daar nu de tablets voor laat gebruiken kunnen leerlingen niet alleen hun eigen tool daarvoor gebruiken, ze kunnen meerdere tijdlijnen aan elkaar koppelen, kunnen elementen op de tijdlijn koppelen aan een website, enzovoorts. In het talenonderwijs kunnen leerlingen hun uitspraak verbeteren door een eigen opname te vergelijken met uitspraken door een native speaker. In boeken kunnen leerlingen eigen aantekeningen maken en delen onderstrepen. In een echt boek kon dat niet, dat moest nog doorverkocht of weer ingeleverd worden. Een computer in welke vorm dan ook is eindeloos geduldig bij het oefenen van sommetjes of woordenlijstjes.
De grens met transitie is maar heel dun. Je kunt het onderwijs veranderen met heel simpele dingen.
Door leerlingen geen vinger te laten opsteken maar het antwoord op een bordje op te laten schrijven, blijkt het leren een stuk te verbeteren. Enkele docenten laten leerlingen het antwoord nu in een memo-programmaatje intypen. Een minieme verandering in de didactiek! Andere docenten werken nu met presentaties met vragen er in. Leerlingen gebruiken hun device als stemkastje om op antwoorden te stemmen. Het vergroot de betrokkenheid van leerlingen in vergelijking met het traditionele vinger opsteken.
Wat daarmee wel degelijk verandert, is de organisatie van de les. Een docent kan in feite maar een ding tegelijkertijd. In de paar jaar dat we nu bezig zijn, zien we steeds meer variatie binnen een les, worden leerlingen meer uitgedaagd op hun eigen niveau door het gebruik van die devices. Wat nu ook veel meer gebeurt, is wat een tijd geleden startte onder de naam ‘flipping the classroom’. Het voorbereidende leerwerk wordt thuis gedaan. De voortgang wordt gemonitord door de gebruikte applicaties. Tijdens de les is er dan veel meer tijd voor verdieping, verbreding of variatie. We zijn nu ook bezig met wat experimenten waarbij we leerlingen laten werken aan werkstukken via een blog of een wiki waar we externe deskundigen op laten reageren. De grenzen van de school vervagen daarmee, het onderwijs wordt er een stuk rijker door.
Is dit een begin van het vervangen van docenten door apparaten?
Juist niet, dat is het mooie van wat we nu aan het ervaren zijn. Kijk, de devices zijn hulpmiddelen, niet meer dan dat. We beginnen ons meer en meer te realiseren dat ze het didactisch vermogen van een docent versterken. De hulpmiddelen vormen een soort verlengstuk van docenten om het didactisch proces te sturen, beter te richten op wat elke individuele leerling nodig heeft en tegelijkertijd om zicht te houden op de voortgang van meer leerlingen in minder tijd. Een paar voorbeelden van wat het gebruik van devices nog meer heeft opgeleverd. Met een slimme applicatie wordt een leerling geregistreerd op de tablet van de docent op het moment dat hij een klas binnenkomt met zijn eigen device. De hele administratie van aan- en afwezigheid is nu volledig geautomatiseerd! Begeleidingsgesprekken worden opgenomen en met een app omgezet in een word-bestand en automatisch in het dossier van de leerling opgeslagen. Alles bij elkaar is de begeleiding van de leerlingen verbeterd met minder administratieve werkzaamheden voor docenten!
Wat we vooraf niet hadden voorzien maar wat langzaamaan wel aan het gebeuren is, is dat het denken over het onderwijs binnen de school aan het veranderen is. Voorheen bekeek een docent bij de lessen die hij gaf, of hij daar een bepaalde tool bij kon gebruiken. Dat is eigenlijk substitutie. Als die tool niet paste bij zijn lessen, deugde die tool niet. Nu wordt met het voorbereiden van het lesprogramma veel meer gekeken naar de mogelijkheden die apparaten en tools bieden om het onderwijs en met name het leerproces op een bepaalde manier vorm te geven. Daarbij willen we meer accent leggen op samenwerken en creatie als werkvorm dan op het consumeren.
Nog een mooi voorbeeld van een effect is de discussie die we nu aan het voeren zijn over toetsen en beoordelen. Tot nu toe stonden cijfers en rapporten vrij centraal als instrument om voortgang te meten. We hebben de vraag eens omgedraaid. In plaats van een programma van toetsen waar het onderwijs op is afgestemd hebben we eens gekeken naar wat we eigenlijk moeten weten over de voortgang om het leerproces goed te kunnen sturen en de manier waarop de devices en apps ons daarbij kunnen helpen. Naar het zich laat aanzien, komt daar een heel ander programma van toetsen uit, dat ook meer ruimte biedt voor toetsen op maat. We zijn er nog lang niet uit maar daar gaat het even niet om. Het punt dat ik hier wil maken, is dat er een proces op gang gekomen is dat als een begin van een transformatie kan worden beschouwd!
- BYOD scenario's (PDF document - 91 kb)
Hoe vond je dit artikel?
Bekijk ook
Hoe verhoudt de aanschaf van laptops zich tot de belastingregels?

Vier in Balans Monitor 2011

Bring Your Own Device - Innovatie, meer dan de som der delen

Rekenles met de laptop

Drie maanden lang: Eén-laptop-per-leerling

Apple lanceert iBooks en iBooks Author

Bring Your Own Device - van onbewust onbekwaam naar bewust onbekwaam

Een laptop per leerling in de praktijk

Bring Your Own Device - een toekomstperspectief voor het onderwijs

Tablets! Wondermiddel voor echte onderwijsvernieuwing?

Een kanttekening in het digitale lesboek

Netbooks op het Helen Parkhurst

Experimenteren met iPads op de Montessori School Oegstgeest

De iPad in het groene onderwijs

iPads op het Berlage Lyceum Amsterdam: een jaar later

Dossier expert
Ontwikkeling begint met vragen te durven stellen aan jezelf en aan anderen
John Hanswijk Kennisnet
Stel uw vraag
Reacties