Volg ons via LinkedIn of Twitter

Ongeveer 60.000 Nederlandse kinderen herhaaldelijk online gepest

Ongeveer 60.000 Nederlandse kinderen van 9 tot en met 16 jaar worden herhaaldelijk gepest via het internet. Dat is één van de vele conclusies die wordt getrokken in het in oktober 2011 gepubliceerde SCP-onderzoek 'Kinderen en internetrisico's'. Het rapport geeft een beeld van de mate waarin Nederlandse 9 tot en met 16-jarige internetgebruikers te maken hebben met online risico’s.

Internetvaardigheden en sociale omgeving
Naast het onderzoeken van online risico's keken dr. Nathalie Sonck en prof. dr. Jos de Haan ook naar de invloed van internetvaardigheden en de rol van anderen in de omgeving is onderzocht. Daarvoor zijn in Nederland in 2010 ongeveer 1000 jongeren en een van hun ouders geïnterviewd. Het onderzoek maakt deel uit van het Europese project EU Kids Online waaraan 25 landen deelnamen.

Slachtoffers van online pesten
Van de ruim 1,5 miljoen 9 tot en met 16-jarige internetgebruikers worden er ongeveer 60.000 herhaaldelijk gepest via internet (4%). Online pesten gebeurt overigens minder vaak dan pesten in het echt (bijvoorbeeld op het schoolplein). Veel slachtoffers van online pesten blijken wel ook slachtoffer van offline pestgedrag te zijn. Anders dan op het schoolplein blijft het online pestgedrag op internet lange tijd zichtbaar en doorwerken.

Het ontvangen van seksuele berichten en foto’s
Van de Nederlandse 11 tot en met 16-jarigen heeft 15% in 2010 seksuele berichten ontvangen via het internet, soms met foto’s van de jongeren zelf. Van deze groep beleefde ongeveer 1 op de 5 dat als negatief. De uitwisseling van zulke berichten gebeurt voornamelijk tussen leeftijdgenoten. Toch kunnen de berichten en foto’s op andere websites, zoals sociale netwerksites, terechtkomen en zichtbaar worden voor een grotere groep internetgebruikers. Die seksuele beelden kunnen lang op internet blijven rondzwerven en langdurige gevolgen voor de betrokkenen hebben.

Persoonlijke ontmoeting met een online contact
1 op de 3 Nederlandse kinderen van 9 tot en met 16 jaar heeft in 2010 via internet contact gehad met iemand die hij of zij niet eerder in het echt heeft ontmoet. In meer dan 90.000 gevallen kwam het tot een persoonlijke afspraak (6%). Dat verliep niet altijd prettig: 7500 jongeren gaven aan hierdoor van streek te zijn geweest. Het onderzoek laat geen conclusie toe over de ernst van deze negatieve ervaringen.

Online risico’s blijven bestaan
De verwachting is dat jongeren die vaardig zijn op internet zelf kunnen inschatten wanneer online gedrag risicovol is. Jongeren met meer digitale vaardigheden blijken echter meer met internetrisico’s te maken te hebben dan minder vaardige jongeren. De digitaal vaardige jongeren hebben meestal een langere internethistorie. Ze kunnen ook meer verschillende online activiteiten uitvoeren, waardoor ze ook weer meer risico’s lopen.

Moeilijk toezicht te houden
Ouders met actieve internetbegeleiding zorgen ervoor dat hun kinderen minder risico’s op internet lopen. Voor ouders en ook voor docenten is het echter steeds moeilijker geworden om toezicht te houden op het internetgebruik van kinderen. Bijna twee derde van de ouders weet het niet als hun kind een negatieve ervaring op internet heeft opgedaan. Computers staan steeds vaker op de kamers van de kinderen. Ook hebben kinderen toegang tot mobiel internet via laptop, smartphone of tablet-computers.

Informatie over het onderzoek
Het SCP participeert in het project EU Kids Online, dat is gesubsidieerd via het Safer Internet Plus Programme van de Europese Commissie. Dit Europese beleidsprogramma vraagt aandacht voor de risico’s die verbonden zijn aan kinderpornografisch materiaal op het internet, grooming (waarbij een volwassene een minderjarige online benadert voor seksueel misbruik) en cyberpesten. Een internationale vergelijking is gerapporteerd in Risks and safety on the internet. The perspective of European children (te downloaden van www.eukidsonline.net).

Nederland behoort in Europa tot de landen met de hoogste internetverspreiding onder kinderen. Nederlandse kinderen voeren een relatief hoog aantal internetactiviteiten uit en geven vaker dan het Europese gemiddelde aan met internetrisico’s te maken te hebben. In september 2011 startte een nieuwe driejarige fase van het project, waarbij het SCP opnieuw betrokken is. Om veilig internetgebruik bij kinderen te bevorderen wordt samen met de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO) vanaf 6 oktober 2011 een online discussietraject gestart.

Bestel het onderzoek 'Kinderen en internetrisico's'

Download het onderzoek 'Kinderen en internetrisico's'

Hoe vond je dit artikel?

  • Nee
  • Reacties

    Nog geen reacties, wees de eerste!
    Jouw reactie
    1. CAPTCHA afbeelding om SPAM tegen te gaan
      Als u het woord niet kunt lezen, klik hier.
      *
      Tip: voor het toevoegen van een persoonlijke afbeelding bij je reactie, zie Gravatar.com

    Geef hier aan waarop u het dossier wilt filteren.

    Onderwijssector
    Rol/functie
    Invalshoek
    Filter dit dossier